Werkdruk in het onderwijs verklaard


Mensen die in het onderwijs werken ervaren een (significant) hogere werkdruk dan medewerkers van andere organisaties (het referentiebestand). Medewerkers in het onderwijs ervaren een werkdruk van 5,9 op een schaal van nul tot tien, tegenover een werkdruk van 5,2 voor medewerkers van andere organisaties.

We hebben onderzocht welke factoren de (ervaren) werkdruk voor deze verschillende groepen kunnen verklaren. In onderstaande grafiek is te zien dat dezelfde factoren een invloed hebben op de werkdruk. De mate waarin zij een invloed hebben verschilt echter. 


   

Te zien is dat hoe hoger de emotionele belasting is, hoe hoe hoger de werkdruk wordt ervaren. Dit geldt in hogere mate voor mensen die werkzaam zijn in het onderwijs. Hoe meer mogelijkheden medewerkers hebben de eigen vakbekwaamheid te ontwikkelen, hoe hoger de ervaren werkdruk is. Dit geldt in gelijke mate voor medewerkers in het onderwijs als medewerkers in het referentiebestand. Hoe meer overlegmogelijkheden met name medewerkers in het referentiebestand hebben, hoe hoger de werkdruk. De informatievoorziening die medewerkers krijgen, heeft voor medewerkers die niet in het onderwijs werken een grotere invloed op de werkdruk dan voor mensen die in het onderwijs werken. Hier geldt dat hoe beter de informatievoorziening, hoe lager de ervaren werkdruk is. Ook autonomie en contactmogelijkheden werken positief uit op de ervaren werkdruk: hoe meer autonomie en hoe beter de contactmogelijkheden, hoe lager de ervaren werkdruk. 

Vervolgens is onderzocht hoe de medewerkers scoren op de factoren die een invloed hebben op de ervaren werkdruk. De balken in onderstaande grafiek lopen van groen naar rood of van rood naar groen. De kleur indiceert of een hoge score op die factor positief is, of juist negatief. Het gekleurde streepje geeft aan wat de gemiddelde score is van mensen werkzaam in het onderwijs (blauw) en van mensen werkzaam in andere organisaties (geel). 


Medewerkers die in het onderwijs werken ervaren significant meer mogelijkheden om de vakbekwaamheid te ontwikkelen, meer overlegmogelijkheden, een betere informatievoorziening en een lagere emotionele belasting dan medewerkers in het referentiebestand. De autonomie en de contactmogelijkheden die medewerkers in het onderwijs hebben zijn significant lager dan die van medewerkers in het referentiebestand. 


In de grafiek is te zien dat medewerkers in het onderwijs weinig autonomie hebben. Hier is duidelijk ruimte voor verbetering. Op basis van de eerste grafiek blijkt dat van een verhoging van de autonomie een verlaging van de werkdruk verwacht mag worden. 

Opvallend is daarnaast dat medewerkers in het onderwijs weinig contactmogelijkheden hebben, terwijl uit de eerste grafiek bleek dat het hebben van weinig contactmogelijkheden bijdraagt aan een hogere werkdruk. Voor medewerkers in het onderwijs is er duidelijk ruimte voor verbetering. Van een investering in meer contactmogelijkheden voor deze medewerkers (maar ook voor medewerkers in het referentiebestand) mag een verlaging van de werkdruk worden verwacht.  

Wat ook opvalt is dat medewerkers die in het onderwijs werken, gemiddeld een lagere emotionele belasting ervaren dan medewerkers in het referentiebestand. Uit de eerste grafiek bleek dat emotionele belasting voor medewerkers in het onderwijs een grotere invloed heeft op de werkdruk dan voor medewerkers uit het referentiebestand. Uit de tweede grafiek blijkt vervolgens, dat de gemiddelde emotionele belasting voor medewerkers in het onderwijs zo laag is, dat deze als positief kan worden bestempeld. Het is zaak om de emotionele belasting voor medewerkers in het onderwijs laag te houden, omdat van een verhoging een (verdere) verhoging van de werkdruk verwacht mag worden. 

Ook voor de informatievoorziening geldt, dat deze voor medewerkers in het onderwijs positief (hoog) is. Uit de eerste grafiek bleek dat informatievoorziening een negatieve invloed heeft op de ervaren werkdruk. Het op peil houden van de (hoge/goede) informatievoorziening mag niet onderschat worden: een verslechtering hiervan zal leiden tot een hogere werkdruk in het onderwijs.   

Tot slot hebben medewerkers in het onderwijs veel mogelijkheden de vakbekwaamheid te ontwikkelen. Op zich is dit een positief gegeven. Uit de eerste grafiek blijkt het echter wel een bijdrage te leveren aan de ervaren werkdruk. Hetzelfde geldt voor overlegmogelijkheden: mensen werkzaam in het onderwijs scoren gemiddeld op overlegmogelijkheden, het hebben van veel overlegmogelijkheden is op zichzelf positief, maar heeft een negatieve invloed op de ervaren werkdruk. 


Kijk hier voor meer uitleg over de grafieken en de analyses die zijn gedaan.